Terugblik: It's All Graphic #15 Get organized!

02 April 2026 

Grafisch ontwerpers nemen het heft in eigen hand

Woensdag 25 maart vond in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam de 15e editie van It’s All Graphic plaats. Gastsprekers van vier informele initiatieven in het grafisch ontwerpveld vertelden—in chronologische volgorde—over hun ervaringen met het zelf organiseren van tentoonstellingen, lezingen, onderzoeksactiviteiten, performances en publicaties. Tussen de presentaties door gingen zij kort in gesprek met de moderatoren Astrid Vorstermans en Richard Niessen, die de avond op een prettige en ontspannen manier leidden, om te reflecteren op hun onconventionele aanpak.

Voor een goed gevulde zaal opende Richard Niessen het programma met een historische blik op de ontwikkeling van autonome initiatieven in het grafisch ontwerpveld, beginnend bij de jaren 50. In die tijd was binnen instituties relatief veel ruimte en geld voor experiment. Vanaf de jaren 60 maakten nieuwe technieken het mogelijk voor ontwerpers om zich ook onafhankelijk van bestaande instituties te organiseren. In Nederland werden bijvoorbeeld uitgeverij de Enschedese School, het tijdschrift Hard Werken en het TYP magazine opgezet.

Vanaf de jaren 90 kwam de vrijheid van grafisch ontwerpers onder druk te staan. Na privatiseringen volgden in 2012 enorme bezuinigingen voor culturele instellingen. Hiermee werd zelforganisatie niet alleen mogelijkheid maar ook noodzaak. In verschillende steden namen ontwerpers en makers sindsdien het heft in eigen hand en openden alternatieve tentoonstellingsruimtes, boekwinkels, drukwerkplaatsen, kunstpodia, workshops, en nog vaker ruimtes die zich met een combinatie van die activiteiten bezighouden. (Denk bijvoorbeeld aan Kapitaal in Utrecht, Page Not Found in Den Haag, San Seriffe en Enter Enter in Amsterdam, Extrapool in Nijmegen en Printroom in Rotterdam.)

Kapotte kanalen
Een zo’n initiatief is fanfare, opgericht in 2014. Miquel Hervás Gómez en Andrea González voeren het woord namens de zes leden van fanfare, dat zichzelf omschrijft als ‘een laboratorium, designstudio en presentatieruimte die verschillende vormen van communicatie vanuit een kritische lens onderzoekt’. Miquel en Andrea nemen het publiek mee langs een aantal onderzoeksprojecten dat fanfare de afgelopen jaren heeft opgezet. In plaats van strak ingekaderde theoretische onderzoeken hebben de trajecten van fanfare meer de vorm van open experimenten rond een concrete observatie in de directe omgeving. Zo vormde het feit dat de stad Amsterdam op palen is gebouwd—waardoor regelmatig inzinkingen en gaten ontstaan—het startpunt van een onderzoek naar ‘kapotte kanalen’. Op welke kanalen en infrastructuren vertrouwen we om te communiceren en navigeren, en wat gebeurt er als breuken in de lijn de vloeiende overdracht van informatie belemmeren?

Op de vraag hoe ze bij fanfare de keuze maken wat ze wel en niet doen, gezien de open vorm van het collectief, antwoorden Miquel en Andrea dat zij het primair als het doel van fanfare zien om een context of raamwerk te ontwikkelen waarbinnen projecten veel verschillende vormen kunnen aannemen. De openheid is juist wat fanfare is, en geeft ook ruimte om op kortere termijn en lokaal te werken. Daarbij is het belangrijk om ook een context te scheppen waarin je met anderen kunt samenwerken, waar kennis kan worden gedeeld en waar je anderen kunt uitnodigen om de ruimte te ‘activeren’. 

Een reeks gordijnen
Anderen letterlijk en figuurlijk de ruimte geven is het hele punt van het volgende initiatief op het podium deze avond, TTHQ. Twee jaar na de geboorte van fanfare kregen Loes van Esch en Simone Trum, die samen de ontwerpstudio Team Thursday vormen, het idee om het voorste deel van hun studioruimte om te vormen tot tentoonstellingsruimte. Loes laat zien hoe het aan de straat gelegen deel van hun studio in Rotterdam telkens door een andere kunstenaar of ontwerper werd ingericht als een kleine tentoonstelling. De enige echte eis voor de kunstenaars was dat zij ook een gordijn moesten verzorgen dat de tentoonstelling kon scheiden van het studiogedeelte waar het duo hun dagelijkse ontwerpwerk deed.

Wat opvalt in de verhalen van de sprekers is dat ze op een bepaalde manier heel pragmatisch te werk gaan. Ze wachten niet op de perfecte omstandigheden om een groot idee uit te werken, maar gaan aan de slag met dat wat er in hun directe omgeving al voorhanden is: een beschikbare ruimte, een verzamelde collectie Koreaanse posters (deze vormde het materiaal voor de eerste tentoonstelling in de TTHQ-reeks), en de mensen om hen heen. Bij fanfare vormden bijvoorbeeld ook de infrastructuur van de stad en de geschiedenis van het gebouw waar zij hun werkruimte hebben—een voormalige lettergieterij—het startpunt van projecten.

Ontwerpers als opdrachtgevers
Eenzelfde pragmatische start geldt voor het volgende initiatief in de tijdlijn: letterspace, gestart in december 2017. Letterspace is een platform dat maandelijkse lezingen organiseer over experiment, innovatie en onderzoek in lettertypeontwerp. Edgar Walthert, die namens letterspace spreekt, vertelt dat ook zij in eerste instantie begonnen vanuit het besef dat ze een ruimte hadden die in principe geschikt was om een lezing te organiseren, en zo geschiedde.

De hoop was om op die manier ook meer mensen te leren kennen in Amsterdam die zich bezighielden met letterontwerp. Net als voor de andere initiatieven is het bouwen van een informele gemeenschap van makers en geïnteresseerden, waar eventueel toekomstige samenwerkingen uit kunnen ontstaan, een van de belangrijkste doelen. Het is dan ook niet helemaal een verrassing dat de sprekers elkaar via verschillende wegen kennen en in elkaars presentatie opduiken.

Een ander terugkerend fenomeen is dat het organiseren van eigen evenementen ook weer redenen geeft om dingen te ontwerpen: flyers, posters en instagramposts voor de aankondiging van evenementen, hand-outs om na het evenement mee naar huis te nemen en in het geval van letterspace nu ook een boek met een terugblik op vijftig edities van de lezingenreeks. Naast Edgar van letterspace zit Benjamin McMillan, die op een gegeven moment een nieuwe, kleurrijke identiteit heeft ontworpen voor letterspace. Onderdeel van die nieuwe identiteit is ook een eigen lettertype, gemaakt voor het platform. Zo geeft het ene autonome project aanleiding tot allerlei half-autonome, half in opdracht uitgevoerde ontwerpprojecten. De creatieve vrijheid die in de afgelopen jaren bij het ontwerpen in opdracht van instituties vaak tot het minimale is geworden, herleeft op die manier in de ontwerpopdrachten die deze autonome initiatieven zelf creëren.

Een open archief
Ook het laatste en jongste initiatief op het podium, AAA, geeft zichzelf als het ware de opdracht die ze hadden willen krijgen. Zo is bijvoorbeeld een workshop die AAA organiseert zelf weer aanleiding om een catalogus te maken van wat er tijdens een workshop is gemaakt, en geeft het organiseren van een tentoonstelling de gelegenheid om navigatietekens en een poster te ontwerpen.

AAA staat voor All Access Archive, een initiatief van Özgür Deniz Koldaş en Minhu Jun. Vanuit een gedeelde interesse in de open-sourcebeweging, begonnen zij in 2025 een virtueel (en soms fysiek) openbaar archief. Het idee is dat het platform werk verzamelt dat vervolgens weer kan worden gebruikt om iets nieuws mee te maken, wat dan ook weer onderdeel wordt van het groeiende archief. Minhu en Özgür organiseren onder andere workshops om met het archiefmateriaal aan de slag te gaan en zelf ook weer dingen toe te voegen aan de verzameling. Het gezamenlijke en publieke karakter van de workshops en evenementen die AAA organiseert is daarbij van groot belang.

Als voorbeeld vertellen Minhu en Özgür over een workshop in de ruimte van fanfare waarbij mensen werden uitgenodigd een tekst die nog niet af was gezamenlijk van aantekeningen te voorzien. De geprinte tekst werd op de muren geplakt, waarna deelnemers met pen en tape opmerkingen konden toevoegen, aanvullingen en suggesties konden doen. De workshop past binnen het bredere thema van collectieve productie, een onderwerp waar niet alleen AAA maar ook andere initiatieven de laatste jaren mee experimenteren. Het archief wordt zo geen statische verzameling die bewaard moet worden, maar een collectie die telkens opnieuw geactiveerd kan worden.

Dat activeren is een tendens die bij alle initiatieven van de avond terugkomt. Of het nu gaat om een archief, een ruimte of een netwerk van mensen, allen zien ergens een potentieel en nemen de vrijheid om dat potentieel waar te maken, of nodigen anderen uit dat te doen. Ze beginnen ergens, al is het klein en verre van ideaal, en van het één komt het ander. In een tijd dat instituties niet langer de vrijheid en ruimte bieden voor ontwerpers om experimenteel en open te werk te gaan, en in tijden van freelance werk in een steeds onvoorspelbaarder wordende wereld, klinken de woorden van Andrea, over het uitgangspunt van fanfare’s project Broken Channels, als metafoor voor de algehele houding van deze ontwerpinitiatieven: zij ‘bewonen gebroken ruimte en kijken wat ze eruit kunnen halen’. Met als het even kan een aandenken op het eind, of het nu een poster, t-shirt, ansichtkaart of tijdschrift is. Zo verliet het publiek ook deze avond niet zonder aandenken de zaal.

Grafisch ontwerp: Sterre Roza

Foto's: Simon Pillaud

Tekst: Angèle Jaspers

Meer informatie over It's All Graphic